Achtergrond

 

INFORMATIE OVER DE BELGISCHE KUST EN ZIJN ZEEZOOGDIEREN


DE NOORDZEE EN DE BELGISCHE KUST

Bij biologische diversiteit (of biodiversiteit) denken de meeste mensen alleen aan het land en vergeten ze hierbij de zee. Maar net de zeeën en oceanen zijn de bakermat van het leven. Bovendien is het leven niet alleen begonnen in de zee, de zee houdt ons ook in leven. De zeeën en oceanen regelen immers het klimaat op aarde, brengen ons zuurstof, voedsel, drinkwater, energie, grondstoffen, medicatie en zelfs recreatie en cultuur. Bovendien kennen de zeeën een ongelooflijke biologische rijkdom en beslaan ze meer dan 70 % van het aardoppervlak. Dat wil zeggen dat niet alleen mensen die aan de kust wonen, maar gewoon iedereen direct en/of indirect afhankelijk is van de diensten van de zee voor zijn voeding, overleving en algemeen welzijn.

De Noordzee behoort tot de meest productieve, maar ook meest beviste kustzeeën ter wereld. Zij bestaat uit een ecosysteem van zandbanken, slikken en stranden, met een bodem van zachte substraten. Daardoor lijkt de bodem van de Noordzee wat op een woestijnlandschap, met op het eerste zicht alleen onbelangrijke dieren en planten. Maar dat is slechts schijn. In die bodem vinden jonge kabeljauwen, tongen en schollen immers hun voedsel dat bestaat uit garnaalachtigen, borstelwormen, tweekleppige schelpdieren en vlokreeftjes.

Het Belgische deel van de Noordzee heeft een oppervlakte van 3.462 km², een gemiddelde diepte van 20 m (max. 45 m) en grenst aan onze 65,5 km lange kustlijn. Hoewel dit deel van de Noordzee maar een piepklein deeltje van alle wereldzeeën inneemt, is de fauna en flora er toch vrij divers met in totaal meer dan 2.100 soorten.

De kustzone bij uitstek is een belangrijk voedsel- en kraamgebied voor vissen en vogels. Maar terwijl deze kustwateren biologisch productiever zijn dan de open zee, staan ze ook veel sterker onder druk door menselijke activiteiten met directe en indirecte gevolgen voor de mariene biodiversiteit. De Belgische kustzones (en die van onze buurlanden) behoren bovendien tot de drukst bewoonde gebieden ter wereld. Er zijn niet alleen verschillende wereldhavens en industriële gebieden, maar ook grote stukken landbouwgebied.

Het is dus uitermate belangrijk dat deze kustwateren en stranden duurzaam worden beheerd. Één van de bedreigingen voor de soorten in en om onze kustwateren zijn de recreatieve kiew- en warrelnetten. Wanneer commercieel reeds fel bejaagde vissoorten als schol en schar in de lente op het punt staan om in de strandwateren kuit te schieten en zo hun stocks op peil te houden, worden zij samen met hun volgende generatie weggevangen door de talloze kieuw- en warrelnetten op onze stranden. Bovendien zijn die kiew- en warrelnetten ook gevaarlijk voor recreanten. ( Zie ook motivatie van de campagne hier).

Onze campagne beoogt dan ook een onmiddellijk verbod op recreatieve kieuw- en warrelnetten op Belgische stranden om de biodiversiteit in onze kustwateren en het Belgische gedeelte van de Noordzee te beschermen als natuurlijk erfgoed voor ons land, onze jeugd en de volgende generaties.

 


DOLFIJNACHTIGEN

In de Belgische wateren komen twee soorten dolfijnen voor: de bruinvis en de witsnuitdolfijn. Andere dolfijnsoorten komen slechts heel af en toe in het Belgische deel van de Noordzee terecht. Alle zeezoogdieren, dus ook dolfijnen, zijn beschermd in België.
 

De bruinvis (Phocoena phocoena) is de kleinste tandwalvis van de Noordzee. Ze hebben een mollig lichaam, een stomp hoofd en een korte snuit en ze zijn meestal donkergrijs op de rug en wit op de buik. Volwassen bruinvissen worden maximaal  1,8 meter lang en wegen dan tussen de 45 en 70 kg.

Ze kunnen een knorrend geluid maken en werden daarom vroeger ook wel eens “zeevarken” genoemd. Ze maken gebruik van echolocatie, zowel om zich te oriënteren als om voedsel te vinden. Met hun sonar kunnen ze zelfs vissen ontdekken die zich in het zand hebben ingegraven en tijdens de jacht behalen ze een snelheid tot 23 km/u.

De Noordzee is niet rijk aan walvisachtigen en de bruinvis is de enige soort die een groot deel van het jaar in onze Belgische kustwateren aanwezig is. Dat is echter nog maar een tiental jaren (opnieuw) zo. Na 1950 verdwenen de dieren immers bijna volledig uit onze wateren. Pas sinds het jaar 2000 worden ze weer steeds vaker voor onze kust gespot.

Volgens onderzoek van het marien instituut Imares is het stijgende aantal bruinvissen voor onze kust niet het gevolg van een vermeerdering van de populatie. De bruinvispopulatie van de Noordzee zou over de laatste jaren naar het zuiden verschoven zijn als gevolg van de klimaatverandering en overbevissing. De dieren zoeken in onze ondiepe kust- en strandwateren naar voedsel.

Dat vinden ze in het voorjaar tussen februari en mei/juni vooral in onze kustwateren, wanneer verschillende vissoorten zoals tong en schol kuit schieten in de ondiepe strandwateren van onze kuststeden. Hierop rekenen echter ook de strandvissers die daarom ook net op deze plaatsen netten zetten. Het regelmatig verstrikt raken en verdrinken van de beschermde bruinvis in deze netten is dan ook voorspelbaar. 


De witsnuitdolfijn (Lagenorhynchus albirostris) wordt meestal verder uit te kust waargenomen, bijvoorbeeld in de buurt van de Hinderbanken. Deze soort heeft een zwaar gebouwd lichaam, een korte, brede snuit en een grote, sterk gekromde rugvin. De dolfijnen worden ongeveer 3m lang en wegen dan meer dan 250kg. De rug, vinnen en staart zijn zwart tot grijs; de buik is wit tot lichtgrijs. De snuit is wit, of wit met zwart of grijs.

 

 



ZEEHONDEN

Er leven twee soorten zeehonden aan de Belgische kusten: de gewone zeehond en de grijze zeehond. Heel af en toe komt er ook wel eens een walvis voorbij onze kust.
 

De gewone zeehond (Phoca vitulina) is een relatief kleine zeehondensoort. De mannetjes kunnen 1,9 m lang worden en maximaal 120 kg wegen. De vrouwtjes zijn iets kleiner en worden ongeveer 1,7 m. Een gewone zeehond is makkelijk herkenbaar door zijn donkergrijze tot bruine kleur, zijn ronde kop en zijn neus: de neusgaten staan in een V-vorm.

Gewone zeehonden verkiezen te verblijven in ondiepe kustwateren met zandbanken. Aan de Belgische kust zijn er geen echte kolonies, er komen enkel individuele dieren voor. Gewone zeehonden worden geboren in de zomermaanden en hebben dadelijk een grijsbruine vacht. Ze worden enkele weken gezoogd door de moeder en moeten het dan alleen redden. Ze eten vis, krabben en garnalen. Een gewone zeehond kan 25 jaar oud worden.

De grijze zeehond (Halichoerus grypus) wordt door zijn grote, bijna kegelvormige kop ook wel eens kegelrob genoemd. Ze worden groter dan de gewone zeehond: De mannetjes kunnen tot 3 m lang worden en 280 kg wegen. Hun neusgaten staan in tegenstelling tot de gewone zeehond parallel.

Grijze zeehonden zijn op verschillende kustvormen terug te vinden. Tijdens de voortplantingsperiode verkiezen ze rotsige kusten en zandbanken. De jongen worden geboren in de wintermaanden en hebben dan een witte vacht. Na enkele weken te hebben gezoogd bij de moeder, verliezen ze deze vacht. Het grootste deel van de Noordzeepopulatie leeft rond de kusten van Groot Brittannië. Toch worden er de laatste jaren ook aan de Belgische kust meer en meer grijze zeehonden gespot.



KIEUW- EN WARRELNETTEN

Recreatieve kieuw-en warrelnetten (ook wel “staant want” genoemd) bestaan uit een verticaal net dat door sportvissers op de laagwaterlijn van een strand wordt verankerd. De warrelnetten worden gebruikt om te vissen op kabeljauw, andere rondvis en tong. Bij opkomend water raken alle vissen en schaaldieren die het net raken erin verward. Lees meer hierover.